Mr. Iron - Stone - Wood and ... Frank: Frank Vaganée (Sim Simons)

And Duke. Losse composities van de tandem Ellington/Strayhorn had Frank al op zijn repertoire, maar de laatste twee jaar drong hij door tot het suite-hart van de Meester. Op 7 februari 1998 bracht hij in Bijloke Gent de uitvoering van de New Orleans Suite (waar de in 1967 overleden Billy Strayhorn geen hand meer in had), op 25 april 1999 ging in het cc A. Spinoy in Mechelen de Far East Suite ter gelegenheid van de Ellington Day van de Europese Radio Unie, een uitvoering die werd overgedaan op 13 augustus 1999 bij Jazz Middelheim. Partituren? Smithsonian leverde flarden, onvolledige schetsen, typisch voor Duke. Het oor en de pen van Frank en Marc Godfroid vulden vanaf de opnamen de scores aan.


Brussels Jazz Orchestra

Frank, Marc en Serge Plume lagen in maart 1993 aan de basis van de oprichting. Na het inslapen van de BRT Jazzorkest bestond er niets meer op professioneel big band gebied. Ook Bo (Van der Werf), Kurt (Van Herck) en Gino (Lattuca) waren geïnteresseerd. Ik had daarbij al lang de idee om met Dré (Pallemaerts) weer iets in grote bezetting te doen. We hadden in Mechelen al samengespeeld in de Keyhole Conspiration van René Jonckeer (naar café ‘t Sleutelgat ...).

Nu hebben we begin september dit jaar (1999) in de Toots Studio van de VRT onze tweede cd opgenomen. Met nog Nic Thys voor zijn vertrek naar New York. Met een stuk van Michel Herr (“Celebration Suite”, geschreven voor 20 jaar Lundis d’Hortense), een arrangement van Florian Ross, een compositie-opdracht van Erwin Vann, twee stukken van Bert Joris (Alone At Last en Warp 9) en drie van mezelf: Seasoned, When Spring Begins (dat is een uitloper van mijn workshop met Bob Brookmeyer in Keulen en Mr. Iron - Stone - Wood And Me - Mike del Ferro, Sal La Rocca, Hans van Oosterhout en mezelf, het kwartet van toen.


Lanotas Circle

... een van Franks composities op de “Live!”-cd van de del Ferro/Vaganée Group. Met Stone en Wood. De cirkel van het BJO is voorlopig rond, maar het binnenvlak dient nog ingekleurd.

De band begon in 1993 met bestaande arrangementen van Thad Jones, Bob Brookmeyer en Bill Holman, naast nieuw gecomponeerde werken van Bert Joris, Michel Herr, Kris Defoort en mezelf.
“Probleem nummer één was de groep bijeenhouden. Repetities zijn nuttig, publieke repetities stimuleren meer. Zo werd op de eerste en de derde dinsdag van de maand opgetreden in de “Sounds”. Na het eerste seizoen behielden we de eerste dinsdag in Brussel en gingen voor de derde in Gent - naar het “Damberd”. Probleem twee: altijd een volledige band hebben. Zoveel Belgische musici die perfect kunnen lezen, een big bandpartituur kunnen interpreteren en nog een goed solist zijn ook, zijn er niet. De “repetities” waren niet betaald, soms was er een beetje geld voor benzine en onkosten. Maar de jongens die van hun muziek moeten leven en die bewuste dinsdag een financieel interessante job konden versieren, hadden voor die avond vlug een keuze gemaakt.”

- Subsidies: de oplossing?

“Je moet er nog voor in aanmerking komen ook en eerst een vzw oprichten. Dat gebeurde op 1 februari 1996, maar dat jaar werd de aanvraag ongunstig beoordeeld. In 1997 verwierven we dan een projectsubsidie van 1 miljoen frank, in 1998 lichtjes opgetrokken tot 1,2 miljoen. Daarmee konden we dan vooral onkosten vergoeden. We konden iets meer bieden, zodat sommige musici de keuze voor een andere gig minder in overweging gingen nemen. De structurele subsidie was sinds 1996 jaarlijks aangevraagd, maar werd pas nu in 1999 aanvaard - jaarlijks 4 miljoen voor een periode van vier jaar. Mits natuurlijk een aantal voorwaarden na te leven - zoals bijv. een minimum van 20 activiteiten per jaar, inschrijving van alle musici in de vzw, betaling van sociale lasten, uitbetaling van de barema’s aan de nieuwe CAO van 1 juli 1999 voor muziekgroepen.”

- Klinkt droog, maar het levert wel het basissap om de band levend te houden. Toch blijft de bezetting van de groep over de jaren - het zijn er al bijna zeven - heel stabiel.

“De trompetsectie bleef origineel. Meest wijzigingen kwamen er bij de trombones. In het begin was ook Phil Abraham erbij, maar voor hem kwam het ONJ. Marc Godfroid leidt de trombonesectie sinds het begin. Bij de saxen vond je aanvankelijk ook Ben Sluijs en Jeroen Van Herzeele, maar die evolueerden naar andere projecten zoals nu weer Fabrice Alleman en Dré Pallemaerts. En Nic Thys vertrekt naar de States.”

- Naar Manna Hatta. Maar wel anders dan jij vorig jaar. (1998 n. v. d. r.)

“Nic vertrekt met hebben en houden zoals Philippe Aerts in december 1997. Ik had al lang het plan gekoesterd me een drietal maanden in Manhattan te vestigen om de sfeer te proeven, ervaring op te doen, te baden in de jazz en de grote vedetten, die in Europa in de zomer neerstrijken, in hun eigen “nest” te beluisteren. Het leverde me leuke relaties en boeiende jams in kleinere clubs als Smalls op. Gek, maar bij de musici die me daar opvielen, waren amper altisten. Wel twee opmerkelijke tenoristen: Joel Frahm en Mike Carn en een trompettist: John Swana.”

- En het big bandwerk?

“In Birdland speelt elke maandag het Toshiko Akiyoshi Jazz Orchestra, dinsdag de Mingus Big Band. Meeste indruk liet me de band in de Village Vanguard o.l.v. Jim McNeely. Zelf ging ik geregeld naar de repetities - zij noemen het “sessions”. Ik speelde er wekelijks o.l.v. Neil Kirkwood en soms kwamen er ook “big shots” meedoen, zoals ex-Ellington-trombonist Britt Woodman. Ik had ook enkele optredens met zangeres Carla White, die ik daar al vroeger ontmoet had, en die ik in de herfst 1998 naar België uitnodigde voor een geslaagde tournee. Maar nog meer gaan in clubs als de “Blue Note” is onbetaalbaar ...”

- Niet voor Japanners ... Voor ons beiden ook niet, want Toots liet ons die ene keer op de “guestlist” zetten. Japan?

“Daar was ik in januari 1997. Een drummer uit Tokyo - Sabu Toyosumi - had mijn cd’s - vooral “Picture A View” - via een uitgeweken Vlaams acteur in handen gekregen. Resultaat was een fax met een uitnodiging voor acht concerten.”

- Met het kwartet?

“Neen, ik alleen, met wisselende bezettingen. Enkel Sabu was mijn vaste gezel. We speelden in Tokyo in de Sinjuki Pit Inn (met de Blue Note de belangrijkste club in town) en de Apollo, in Yokohama, Tsukuba en Uzi.
Die Sinjuki Pit Inn geeft drie concerten per dag - het eerste om half elf ‘s morgens ... De Japanners zijn koel en gereserveerd. Je speelt je het hart uit je lijf, maar er komt geen reactie. Pas tegen het eind van een concert laten ze hun appreciatie blijken, maar dan is er geen houden meer aan. Merkwaardig is ook dat heel wat liefhebbers in de namiddag recht van hun werk naar het concert komen. Als de dag zwaar was, durven ze soms netjes indommelen ...”

- Een verbale jetlag: van Nippon naar Hopper, een baken in je carrière. De club bestaat nu acht jaar.

“Voor die fameuze maandagavonden inzetten had ik er al op de gebruikelijke concertdag(en) gespeeld met o.m. Mike (del Ferro). Om en bij 1990 - we stopten er in 1992 - was er al een reeks trioconcerten (met Phil en Dré) in ‘t Klapgat in Mechelen. Toen we de draad weer wilden opnemen, vonden we in september 1995 in Café Hopper, nu ook bekend bij de Antoon Van Dyck-liefhebbers door het nabije Museum voor Schone Kunsten. Al die maandagavonden (tot in december 1997, toen Philippe naar New York ging) maakten van ons een hecht trio.”

- Een bezetting die jou niet vreemd was.

“Neen, maar hier gingen we op onbewandelde paden. Het betekende een verruiming voor elk van ons, want nooit hadden we op zo’n constante basis samengewerkt. We begonnen elkaar veel beter te kennen. Op de duur wist ik waar Dré bij een fill exact ging uitkomen. Dré was heel creatief en de solide bas van Philippe was het anker, dat ons twee moest bijeenhouden. Ik koester die ervaring. Het waren avonden (en nachten) om nog altijd aan terug te denken.”

- En waar opnamen van bestaan, die jullie zelf maakten en ook die Radio 3 op 10 november 1997 realiseerde, nog mét Philippe. De Hopper-maandagen zien er inmiddels anders uit - Frank speelt in de regel tweewekelijks, soms met gasten zoals de beloftevolle tenor Koen Nijs of de speelgrage Bert Joris in de latere uren. De andere maandagen is er het trio van Christoph Erbstösser plus. Soms met de voortreffelijke huisbassist, uitbater Mary Hehuat, die ook bij Frank invalt.”

“Het blijft een uitstekende gelegenheid om ideeën en nieuwe composities uit te testen. Voor het Brussels denken we ook aan try-outs om een nieuwe bassist te vinden. Nic blijft nog op en af tot nieuwjaar en doet het Bill Holman-project voor de Nacht van Radio 3 mee plus het Aquarius-project (12 december), een vereniging die alternatief muziekonderricht promoot. De Beethoven-Academie verzorgt de eerste helft, het BJO de tweede - met openbare repetities en uitvoering, ook in deSingel. Voor 2000 staat dan een project rond de wisselwerking klassiek en jazz op stapel.”

- John en Bird timmerden mee aan je weg

“John Ruocco was mijn leraar in de Jazzstudio en wat voor een ... Ik kende hem al van in Mechelen, hij woonde amper een kilometer van mijn deur. Hij heeft het jazzvuur bij mij aangestoken. Hij is een musician’s musician en dat hoor je op mijn nieuwe cd - “Two Trios” (W.E.R.F. 016) - een ... kwartet, waar we nog tournees mee gaan ondernemen. Het blijft leerrijk met hem te werken.

Ik heb nooit echt een jazzidool gehad, maar wel een brede belangstelling voor verscheidene en verschillende musici. Al steken daar voor compositie bijv. Duke Ellington en Bob Brookmeyer, van wie ik aan de Musikhochschule in Keulen nog les kreeg, bovenuit. Mijn eindwerk daar was Manna Hatta, waar we het nog over hadden. Wat dan betreft concept, denk ik dat mensen als John Scofield en Joe Lovano nu hun stempel op jazz drukken. Ik tracht mezelf te zijn, maar hoe persoonlijk je ook wil zijn, er zijn zoveel facetten van anderen die je beïnvloeden: John Coltrane, Sonny Rollins en die ene, waar je niet omheen kan: Charlie Parker.”

- Inmiddels help je mee organiseren.

“De patron van de Cirque aan de Vismarkt in Mechelen is een jazzliefhebber die veel naar mijn optredens kwam. Omdat hij in zijn gelegenheid ook zoiets wilde doen en zelf de scene niet zo goed kende, vroeg hij mij een programmatie op te stellen voor elke eerste zondag van de maand om 21 uur. Sinds de start begin dit jaar, loopt het goed: o.m. Kurt Van Herck, Ben Sluijs, John Ruocco, Els De Doncker, Bert Joris, Peter Hertmans, Koen Nijs en Rony Verbiest met Marc Godfroid speelden er al.

- In je bescheidenheid - zeg maar Vaganederigheid - vergeet je dat je de del Ferro-Vaganée Group programmeerde en dat je bij o.m. bij Bert Joris meespeelde.

“Nu ja, maar het loopt goed. En al is het maar een stadje, Mechelen heeft toch een interessante jazztraditie”

- Niet elke stad heeft een (gelegenheids)groep als de Mechelse All Jazz Stars op de jaarlijkse Jazzdag. En niet iedereen speelt al als 19-jarige op Jazz Middelheim (1985 met “Tough Talk” - met o.m. die andere Mechelaar René Jonckeer). Of in drie groepen zoals in 1999 (Hatzi’s Pastorius Project, Nathalie Loriers + Extensions en uiteraard het Brussels).
En Duke?


Op “Two Trios” staat Billy’s Isfahan.


En Frank zou nog wel eens graag de “Afro-Eurasian Eclipse” uitvoeren. Met de postume raad van Duke zelf: Jump For Joy ...



homepage