| Mother, waarom drummen wij ... ? HET (voorlopige) PALMARES VAN (Dré) PALLEMAERTS(Sim Simons) |
Het belangrijkste project waarmee ik nu bezig ben, is MOTHER - een eigen concept samen met Erwin Vann en Otti Van der Werf. Zon anderhalf jaar geleden ontdekte ik een nieuwe muziek uit Engeland die Drum n Bass heet. Komt uit de dansmuziek - heel opgeknipte grooves met heel veel sample cultuur. Samples die ik uit alle muziek haal, maar ook uit jazz, Elvin Jones, Philly Joe Jones.
Ik haal de samples uit hùn platen en door het opknippen creëer ik patterns. Weet je, bij manier van spreken knip ik alles in honderdduizend stukjes. Ik verbind ze, verander ze, zet er veel effecten op. Ik speel met sampler en keyboards. De vocabulaire zit ingebouwd in de toetsen en soms zijn het héél korte samples. Ik heb al die elementen ingebouwd zoals ik drums zou spelen. Zodat ik door het spelen met de toetsen mijn eigen ritmische ideeën kan uitbouwen, zoals ik het op drums zou doen.
Sim: Maar wel met flarden werk van anderen ...
Maar met mijn zweet, hé ...
Sim: Speel je nog drums in het project?
Op een concert, van laten we zeggen twee uur, zal dat nog een halfuur zijn.
Mother of Invention
We hebben met Mother al een paar concerten gespeeld. De aanvragen komen tof binnen. Tot begin juni hebben we er al zon 25 à 30. Het leuke is, voor mij blijft het jazz, maar we spreken zo een heel jong publiek aan.
Sim: Zoals Miles met Bitches Brew een link tussen jazz, rock en fusion legde - een link naar de jeugd vooral.
t Is dat, hé.
Sim: Mother is je eerste project als leider?
Mother is een heel goed team, wij met zn driëen met Bertrand van den Turk in Gent - een jonge gast met veel energie. Ik wil er een heel jaar aan besteden. Mother is begonnen omdat ik enorm gefrustreerd geraakte over de jazzscène, over het gebrek aan enthousiasme bij mensen die de mogelijkheden hebben om dingen te doen. Het is niet gemakkelijk voor een jazzmuzikant - vijf, zes avonden en wat stukken van nachten per week te spelen, je krom te werken in de studio - en daar kunde dan bescheiden van leven. Wacht, ik gaan efkes e sigaretje halen.
Intro
Een inleiding duurt meestal maar een paar maten, bij een geschreven stuk een paar lijnen. Maar met Dré deden we er even langer over: hij is wèg van MOTHER. We babbelen met Dré in de Par Hasard Studio in Hoevenen, studio waar Dré nog even mee tussenzit, met Christoph Erbstösser. Michel Petrucciani is drie dagen eerder overleden.
Ik zag hem voor het eerst spelen met Charles Lloyd. Dat was op Northsea - ik was toen 16-17 jaar en het was een van mijn eerste openbaringen in de jazz. De bassist was Palle Danielsson.
Sim: Petrucciani - je was zelf geboren op de Franse nationale feestdag ...
In 1964.
Sim: Je speelde met Michel.
In 1988 zat ik tien maanden in New York. De eerste maand had ik geen plek om te slapen. Maar Kris Defoort had een kamer op school. Ik mocht er 2 à 3 keer per week overnachten en de andere avonden kon ik in de loft van Joe Lovano terecht. Joe was nog zon openbaring. Ik had hem in België leren kennen - we hebben voor het label van Véronique Bizet met Bert Joris, Michel Herr en Hein van de Geyn met Joe de plaat Solid Steps opgenomen (okt. 1986 - nu: Jazz Club CD JC 6011 - distr. Baltic).
Op een keer gingen we met Joe naar Michel Petrucciani, die toen nog in Brooklyn woonde. Op een avond hebben we er een jamsession gedaan - het was de enige keer dat ik met Michel speelde. Ne straffe geweest, hé! Een maf type trouwens.
Frank
Die namiddag in de Par Hasard studio zit Christoph met Frank Vaganée de opnamen van de recente kwartettournee (met John Ruocco en Rosario Bonaccorso) af te mixen. De cd verschijnt in april op het WERF-label. Frank had toen nog geen titel bedacht - nu wel. Het wordt Two Trios. Toen hingen de donkere wolken héél laag boven het Brussels Jazz Orchestra; nu zijn op de valreep toch structurele subsidies toegekend. Het gaat om een periode van vier jaar ...
Sim: En de opnamen van het fameuze maandagavond Hopper-trio? Philippe (Aerts) zit nu al een jaar in New York?
We hebben vier volle banden op multitrack, maar er lijkt momenteel niemand geïnteresseerd te zijn en we hebben nu die kwartetplaat.
Sim: En er zijn nog zoveel buitengewoon goede opnamen van het Brussels Jazz Orchestra ... Wat was overigens je eerste plaat - die met Joe of Sweet Seventina van Bert (Jazz Cats LP 6985012) - dezelfde groep overigens zonder Joe?.
Nee, dat was een single met Patricia Beysens in. Ik denk januari 1984.
Sim: Juist! Carambole van Bert en Fee-Fi-Fo-Fum van Wayne Shorter (ACE 856).
Patricia schreef toen teksten op nummers die er nog geen hadden. Erik Vermeulen was daar bij en Maarten Weyler.
Sim: Op de hoes een foto van een glamourtiener, een drummertje van 19_ jaar.
t Is dat, hé.
Drum n dream
Mijn grootvader stierf toen ik pas twee was. Met mijn nonkel repeteerde hij bij ons thuis. Het waren balmuzikanten. Mijn grotere broer - hij is tien jaar ouder dan ik - was accordeonist/organist en die speelde achteraf met nonkel in de cafeetjes in de haven. Ma en pa namen me mee en van mijn 4-5 jaar mocht ik al eens inzitten. Toen kreeg ik ook mijn eerste drumstel, volgde muziekschool en als mijn - ik zal nu eens oom zeggen - niet kon, ging ik met mijn broer spelen op bals. Er was veel werk. Ik stopte vroeg met de gewone school, muziek werd mijn school. We begeleidden bijna alle Vlaamse artiesten, van Louis Neefs tot Juul Kabas. Tura niet, die had zijn vast orkest. Inmiddels had ik de Gard Sivik ontdekt (een van de laatste kroegen met live muziek op de Antwerpse Stadswaag, in de dagen van Jack Sels dé uitgangsbuurt) waar ik drie avonden per week zat te spelen.
Sim: Je interesse was dus van thuis uit gegroeid.
Mijn ouders luisterden vooral naar standards en zo was jazz nooit ver af, ook al hadden ze een ruime belangstelling: Nat King Cole, Frank Sinatra, Count Basie - maar ook Fred Astaire, Marylin Monroe. Als we bals deden, probeerden we veel swing te spelen. Later waren er groepen van die violist, Gene Capri. Hij leverde van kwintet tot big band. Dan deden we Glenn Miller, gewoon te gek!
Erwin en Kurt, Elvin en Philly Joe
In de kunsthumaniora in Antwerpen ontmoette ik Erwin Vann (toen nog Vanslembrouck) en Kurt Van Herck. Ik kwam meer uit de traditionele cultuur van de dansmuziek, Erwin had platen van Mingus. Onder andere.
We begonnen direct tapes uit te wisselen en een paar maanden later schrok ik mij een ongeluk toen ik My Favorite Things van Coltrane hoorde (de eerste versie op Atlantic: LP-1361), hé, wat was dat!
Erwin had ook een oudere broer, die naar Frank Zappa luisterde. Ik hield het meer bij Motown en Soul.
Sim: Maar dan niet zoals Axelle Red ... En Kurt?
Die kwam out of the blue. Was later ingeschreven op school. Stond daar in de lift iemand met een saxofoon, toen nog een alt. Een dag later gingen we al in t drumkot spelen en in de middagpauzes soms bij mij thuis of bij Erwin.
Dré was wèg van Elvin Jones. Die zat mee op My Favorite Things. En nu (opname september 1997 - Blue Note 33114) met Dave Holland en Joe Lovano op Trio Fascination. Roy Haynes vindt hij bij Trane ook té gek, al is die meer complementair met McCoy Tyner. En Philly Joe bij Miles ...
Een grote innovator, ook qua sounds. Al is Elvin moderner ...
Dworp, de Claytons en Jeff Hamilton
Bij zijn eerste stage in Dworp zit Dré in het ensemblewerk bij bassist John Clayton.
Dat klikte onmiddellijk heel goed. Broer Jeff, de saxofonist, bleek mij geweldig te appreciëren, maar dat vertelde hij niet aan mij, maar aan zijn broer. Ik kocht hun platen en ze schreven er wat leuke dingen op. Maar bij het beluisteren ontdekte ik vooral de drummer Jeff Hamilton. Ik vond hem waanzinnig spelen, swingen gelijk zot. Ik vertelde John Clayton dat ik graag een goede drumleraar zou vinden, maar dat er niemand speelde zoals die bij jullie. De bedoeling was natuurlijk dat hij over Jeff Hamilton ging beginnen, maar dat lukte niet direct.
Een dik halfjaar later kreeg ik een kaartje van John uit Japan. Die was daar op tournee met Monty Alexander en Jeff. Hij had hem over mij gesproken en ik moest maar eens langskomen als ze in Europa waren. Dat was weer op North Sea. Op 14 juli 1983 werd ik bij hem geïntroduceerd op een workshop en mocht ik op zijn hotelkamer wat komen napraten.
Je moet maar eens langskomen
Dat gebeurde in de winter 1984 - het was in februari. We deden in Los Angeles alles samen: samen basketten, samen inkopen, samen naar repetities. Terwijl Jeff kookte, moest ik oefeningen spelen. Hij kwam luisteren, gaf nieuwe ideeën en die moest ik uitproberen.
Het was alvast een zinvol aperitief. Jeff Hamilton had bijna constant gigs. Vanaf zijn tweede verblijfsweek trok Dré elke avond met hem op. Maar L.A. is geen stad meer, het is een land. Ze zaten dus heel veel in de wagen en luisterden afwisselend naar de twee jazz-zenders.
Jeff deed gewoon blindfold testen met mij. We luisterden naar de ene zender en ik moest de drummer raden. In het begin bracht ik er niet veel van terecht. Jeff gaf dan de oplossing van het raadsel en we zetten de andere zender op. Zo spendeerden we uren! Maar Jeff leerde mij de sounds kennen, de verschillende kleuren van Elvin, Philly Joe, Shelly Manne, Mel Lewis.
Vanaf de tweede, derde week liet hij me bij een gig altijd inzitten. Er was ook een all-star big band bij - een workshop in een school met een hoop sterren van de Westkust. Ik had hier al wat big bands gedaan - de Yellow City, Jos Moons - maar dit was nog wel een andere belevenis!
Far East en African suites
In 1985 maakt Dré een trip naar Singapore onder de auspiciën (toen nog wel) van het Ministerie voor Cultuur van de Vlaamse gemeenschap en niet de Franstalige zoals Bernard Legros in de Dictionnaire du Jazz à Bruxelles et en Wallonie stelt.
Dat was met Peter Hertmans, Erik Vermeulen en Jean-Louis Rassinfosse. Jean-Louis kreeg zelfs telefoon van het Ministerie om te checken of hij wel Nederlands kon ...
Dré speelde toen lang met Patricia Beysens en Erik Vermeulen. Maar in Antwerpen was ook de September Club in de Hoofdkerkstraat. Daar leerde hij de baas, Jack van Poll, kennen.
Mijn hero hier was Félix Simtaine. Die speelde daar veel. Jack natuurlijk ook, Michel Herr, Toots en Philip Catherine soms. Na weken en weken rondhangen kon ik eens babbelen met Jack. Die had mijn naam al gehoord van Hein. Toen ging Jack op tournee met Hein van de Geyn en Dee Daniels. Maar hij had nog geen drummer ... We speelden iedere avond, repeteerden elke namiddag. Na een maand klonk het trio als een bom.
Op 27 en 28 april 1986 werd bij Max Bolleman de lp, nu cd (September CD5102) Three-oh In One opgenomen. Die klinkt als een muzikale bom ... Met den Jack begeleidde Dré massas vedetten als Arnett Cobb en waanzinnig veel zangeressen, o.m. Dee Daniels en Etta Cameron, Dee Dee Bridgewater en Deborah Brown, en dat gebeurde heel veel in de Brussels Jazz Club op de Grote Markt aldaar. Jack zorgde altijd voor een reeks gigs en daar kwam dan wel eens een extraatje bij de Lions Club of een bank bovenop. Andere musici kwamen geregeld luisteren, o.a. Michel Herr.
Bert Joris kende ik al van in de Gard Sivik. Samen hadden we een leuke groep, de Shoarmas, al deden we daar maar enkele concerten mee. In die tijd zong Bert ook, zo tussen Stevie Wonder en Chet Baker, en héél plezant! Met het trio met Jack en Hein deden we meer traditionele dingen, met Michel was het hipper, zoals een combinatie met Slide Hampton. Bert - Michel - Hein - ik, dat was een kwartet. Met Joe Lovano erbij - maar ge kunt ook tellen, hé.
Seattle en de drukke zomer van 1985
Weer ging het naar Jeff Hamilton. Daar leerde Dré Diana Krall kennen, die was ook leerling bij Jeff en John.
Ik heb een week met haar uitgehangen, de stad in, gaan luisteren, samengespeeld ook. Oké, ze was wat koel, maar dat is ze nu ook nog. Het was een gekke week. Met Jack en Dee Daniels zaten we een week in Seattle - in de Jazz Alley, een toffe club!
Sim: Hadden jullie een bassist mee?
Dat was de bassist van de club, Buddy Catlett, die met Basie speelde en met Quincy Jones naar Europa kwam.
Sim: Ruim vier jaar voor jij geboren werd ...
Ik had met hem een goede vibe, kwam bij hem thuis. Hij had de club owner gesproken en ik kon nog veertien dagen blijven met Buddy en Art Farmer. Ik heb alles met mijn walkman opgenomen en als ik daar nu nog naar luister ... wow!
Nog langer blijven ging even niet, want Dré zat met Jack, Dee en Isla Eckinger op Jazz Middelheim 1985, maar ook met Peter Hertmans, Eric Vermeulen en Philippe Aerts. Middelheim voorbij en Dré was terug in Seattle, waar hij in dezelfde club twee weken met Catlett en James Williams speelde. Die was toen de pianist van Ernestine Anderson.
Samen deden we een festival. Ik zag haar voor het eerst een halfuur voor het optreden. Waanzinnig! In februari 1986 ging ik terug naar de Jazz Alley met Jack en Buddy. Intussen was ik beginnen lesgeven in Dworp, speelde ik met Michel Herr als er geen geld was om Leroy Lowe - die in Zweden woonde - te laten overkomen. Met het kwintet van de plaat met Joe Lovano deden we Jazz Middelheim 1987. Ik zat ook bij die beginnende jonge groepen als Jarmo Hoogendijk en Ben van den Dungen, waarmee ik 2 à 3 jaar speelde en hun eerste plaat opnam. Hier speelde ik met iedereen. Met Kurt Van Herck en Philippe Aerts maakte ik de eerste twee platen van Serge Lazarevitch voor Igloo (London Baby in 1990 en Walk With a Lion in 1993).
Woody Herman
In 1988 - even terug in de tijd - was ik dus tien maanden in NYC. Woody Herman was het jaar daarvoor overleden, maar de band bleef toeren en Jeff Hamilton kwam met de mededeling dat ze een drummer zochten. Ik ging naar de auditie en werd aangenomen.
Ik zat in New York, al mijn geld was op. Ik deed wat gigs - zoals in Central Park - en sleurde mijn tweedehands drumstel op een karretje door de stad. En nu, drie maanden Herman! De States rond, een enige gelegenheid om àlles te zien, daarna Japan. Tot ze mijn green card vroegen ... Ik was zo gefrustreerd, het zou gewoon té gek geweest zijn. Toen belde Philip voor de plaat voor Igloo en of ik in zijn groep wilde spelen. We deden festivals in heel Europa, Azië en Afrika. Daarna heb ik nog zoveel gedaan ...
... nog zoveel gedaan ...
Dré begon les te geven in het Lemmens Instituut in Leuven, kwam in het Brussels Jazz Orchestra, dat in maart 1993 van start was gegaan en aanvankelijk Félix Simtaine als drummer had. Dré zit er sinds 1994. Er was KDs Decade met Kris Defoort en Nicolas Thys, de tournee met Frank Vaganée en Carla White in 1997 en de film Bal Masqué.
De muziek namen we in de Par Hasard Studio op. Bert kwam met een idee, een melodie. Ik deed er wat bij. Bert nam alles mee naar huis, terwijl ik verder knipte. Rony Verbiest was er ook en Philippe Aerts, net voor die eind december 1997 naar New York vertrok. Financieel zat het met de film niet zo gezond, maar hij won toch al enkele prijzen. Ah, wist ge dat ik dat jaar ook met John Scofield speelde?
Sim: Als je nu een smak geld zou hebben, wat zou je er dan mee doen?
Een echte droom is een serieus jazzcentrum op te richten. Er zijn zoveel goeie muzikanten, maar ze zijn zo verspreid. Met die studio hadden we er al iets willen aan doen, maar dat was niet gemakkelijk, want er is nog altijd zoiets als budgetten ... Eigenlijk hebben we al drie jaar gewerkt en er niets aan verdiend. Dikwijls moeten we nog bijleggen ook. Gelukkig zijn er nog véchters voor onze muziek, zoals Bertrand. En Rik Bevernage. En er is Mother.
Sim: Wie speelt nu het hardst: Simtaine, Castellucci, Galland of jij?
Wow ... Maar zij kunnen der ook wat van ...