KRIS DEFOORT - componist , arrangeur (Sylvia Broeckaert)

Brussel, november 1997

DREAMTIME

In een rokerig café ergens in de buurt van de Louizalaan, zit ik tegenover Kris Defoort. België’s bekendste jazzcomponist klinkt een beetje vermoeid, het nachtleven laat sporen na. Defoort wordt de laatste tijd veel gevraagd als pianist, met Aka Moon bijvoorbeeld, Garrett List of Antoine Prauermann. Een tournee staat hem te wachten in december met zijn eigen trio (Defoort-Thys-Pallemaerts) en tenorsaxofonist Mark Turner. Met dit kwartet brengt Defoort een aantal nieuwe composities waarin de kiemen aanwezig zijn van wat hij binnenkort zal gaan doen met een groter ensemble.
“Ik heb veel geschreven voor anderen (Octurn, A Love Supreme) en wil weer een eigen groep om dingen mee te ontwikkelen. KD’s Dreamtime wordt de naam van de nieuwe groep rond het kwartet en met andere mensen uit de Belgische jazzscène en voorts een aantal klassieke musici (fluit, hobo en cello). Het wordt een groot project in november volgend jaar met de danseres Fatou Traore (een productie van Het muziek Lod). Eén à anderhalf uur muziek moet klaar zijn in mei.”
Het is niet de eerste keer dat Kris Defoort muziek componeert die niet noodzakelijk omschreven moet worden als “puur jazz”.
Maar hij voegt er met klem aan toe: “Ik ga m’n compositie niet aanpassen omdat het een dansspektakel is. Het blijft mijn eigen muziek.”
Over hoe die eigen muziek gegroeid is hebben we vervolgens een hele boom opgezet.


ROMANTISCH

Als vijftienjarige begon Kris met het schrijven van songs voor een maandelijkse jeugdmis in zijn parochie (Sint Willibrordus te Brugge). In die periode speelde hij blokfluit, piano en hij improviseerde met platen.
Dan volgde het Conservatorium van Antwerpen met hogere studies blokfluit en Oude muziek. Maar de eigen creativiteit borrelde verder op.
“Ik componeerde toen veel voor mezelf: lyrische, romantische dingen voor solopiano. Dat was heel intuïtief, emotioneel, naïef eigenlijk. Ik had van die romantische ambities om een Requiem te schrijven en ben nooit verder geraakt dan een paar maten.” (n.v.d.r. dat overkwam zelfs de allergrootsten.)
Ook de passie voor jazz groeide en dat vooral door de kennismaking met de muziek van Miles davis en een bezoek aan een jazzstage in Dworp.
LUIK

In die tijd (1982-1987) was er in het Conservatorium van Luik een enorme openheid en Kris Defoort ging er vrije improvisatie en compositie studeren bij Garrett List, Philippe Boesmans en Frederic Rzewsky.
“Toen kwam ik plots in die wereld van Henri Pousseur (directeur van het conservatorium en componist). Zo kreeg ik een heel brede kijk op muziek, gaande van free jazz tot Boesmans. Steve Lacy kwam er langs en Anthony Braxton ... Ik heb er geleerd de dingen niet meer in vakjes te zien, kreeg er de drang om te experimenteren met vormen, genres en bezettingen. Waarom zou je bijvoorbeeld de melodie niet een keer door de bas laten spelen of een ballad interpreteren als het meest “heavy metal”-stuk? Het was er zeer “open minded” en toch bleven die werelden van jazz en klassiek of hedendaags nog sterk gescheiden. Ik wist niet meer wat ik écht wilde doen.”


NEW YORK, NEW YORK

In 1987 trok Kris Defoort gewapend met een studiebeurs naar de States, opzoek naar zijn identiteit en die werd al heel snel duidelijk.
“Ik ben een jazzmusicus qua geest, spirit, improvisatie, ritme, “groove” ... Jazz in de brede betekenis.”
Aan de Long Island University kreeg hij ondermeer les van David Berger (compositie-arrangement). Die zette hem aan om de muziek te bestuderen van Duke Ellington, Charles Mingus en Gil Evans.
En wat leerde Kris nu van die drie grootheden?
“Er zit geen systematiek in hun arrangementen. Ze dachten in functie van het nummer zelf, vonden altijd nieuwe klankkleuren, technieken die ze dan (bij wijze van spreken) weer vergaten. Ze stonden altijd open voor wat elk stuk in zich heeft en voor de inbreng van de andere muzikanten.
Dat vergt een groot inzicht in de geschiedenis van de muziek en een sterke persoonlijkheid.
Er is nog iets: als ik arrangeer, bijvoorbeeld ‘Roxanne’ of een stuk van Monk, werk ik zonder partituur. Ik beluister de originele versie en copieer alles, maar dan ook alles: van Sting heb ik elke steminflexie genoteerd.
Gil Evans heeft dat ook gedaan, ik voel dat: hij drukte zijn stempel op een compositie maar toonde een groot respect voor het oorspronkelijk stuk.”


LINK

Componist Kris Defoort wordt veel vergeleken met Evans en Ellington maar ook “klassiekers” als Ligeti of Messiaen beïnvloeden hem. In de States kwam hij sterk tot het besef dat het geen zin had om zonder meer de Amerikaanse jazz te imiteren.
“Die muziek is zo verankerd met de States. Ik moest een link leggen, dat besef is daar gegroeid. Met KD’s Basement Party zijn onmiddellijk dingen samen gevallen en toch is die muziek geankerd in de jazz.” (n.v.d.r. KD’s Basement Party speelde eigen composities naast bijvoorbeeld bewerkingen van Monk’s ‘Trinkle, trinkle’ en Sting’s ‘Roxanne’.)
Kris Defoort keerde terug naar Europa en dat vooral om zich als componist verder te kunnen ontwikkelen.
“Je krijgt hier meer kansen. In het begin was het vooral de Werf (n.v.d.r. in Brugge) die mijn projecten steunde, nu breidt zich dat verder uit.”
Ondertussen verschenen op het label W.E.R.F. niet minder dan vijf cd’s met muziek van Defoort (de zesde is in aantocht met het trio en Mark Turner).
Een rode draad in zijn oeuvre lijkt wel de hommages die hij brengt aan (andere) jazzgrootheden. De allereerste LP “Diva Smiles” was een soort tribuut aan Miles davis, in “Chromatic History” (Octurn) krijgen ook Ellington, Mingus en zelfs Frank Zappa een eerbewijs, “Variations On A Love Supreme” (een samenwerking met Fabrizio Cassol) is opgedragen aan Coltrane.
“Ik had het nodig vanuit de traditie mezelf te vinden en misschien was het ook een beetje een manier om mezelf te bewijzen, zo van: ik kan dit ook. Nu breekt een interessante periode aan. Ik ga minder les geven en meer tijd maken voor mezelf, om te componeren en om samen te spelen met mensen die heel originele dingen doen zoals Aka Moon bijvoorbeeld. Dat werkt stimulerend.”


KRIS DOE FOORT
(citaat Jan Hautekiet)

Kris heeft nog heel wat nieuwe ideeën die hij wil uitwerken. Iets wat hem sterk bezighoudt is het spanningsveld tussen compositie en improvisatie.
“In mijn nieuwe stukken wil ik dat je het verschil niet meer herkent tussen wat compositie is en improvisatie. De muzikanten moeten de compositie dan zo goed kennen dat ze ermee beginnen improviseren. “Ocean” (met Octurn) ging al in die richting, maar de scheidingslijn moet nog vaher worden.”
Met “Ocean” stelde Kris hoge eisen aan de muzikanten, de uitgeschreven gedeelten waren bijzonder moeilijk. Jazzmuzikanten voelen zich meestal beter in improvisaties, daarom koestert Kris nog een andere wens:
“Ik zou graag een groep hebben met tien muzikanten waarbij elk instrument een klassieke dubbeling krijgt. De uitgeschreven gedeelten spelen ze allemaal samen. De jazzmusici kunnen uit de compositie gaan en terugkeren terwijl de klassieke muzikanten spelen wat er staat. Dat moet mogelijk zijn, denk ik.”
Er zal nog wel wat water naar de “ocean” moeten vloeien voor Kris deze wilde droom zal waarmaken.
De batterijen van mijn opnametoestel waren bijna op maar we keuvelden nog wat verder over de huidige situatie in het Belgische jazzlandschap en die ziet er niet goed uit.
“In de jaren tachtig was er een bloeiperiode voor de jazz in België. Je kon elke avond wel ergens terecht voor een optreden. Bert Joris was toen al actief, ook Dré Pallemaerts, Erwin Vann, Kurt Van Herck, Jacques Pelzer leefde nog, enzovoorts ...
Vandaag is er een hele nieuwe generatie van allemaal goeie muzikanten die uit de conservatoria komen en die moeten in andere omstandigheden beginnen.
Wij kregen de kans om overal “gigs” te spelen, we moesten het gewoon doen.
Ik ben eigenlijk nog autodidact. Ik had leraars die zegden “Zoek het zelf maar uit”, en eigenlijk is dat de essentie van jazz ...”





homepage