| Stan Brenders: Onvergetelijk orkestleider (Juul Anthonissen) |
Zo zaten we dan eindelijk tegenover ons eerste jazzidool. Ik was toen pas elf. We hadden het in 1942 echt niet durven dromen, Stan Brenders. Hij leek immers voor ons als een bijna Griekse apollinische godheid onbereikbaar. In vergelijking met de fotografische herinneringen, die we van hem in ons geheugen geprent hadden, leek hij niet zo fel veranderd. Hij was 62, had nog altijd keurig platgestreken haar, filigraangrijs, een imposante, forse gestalte, die ons ingevolge de vele tegenslagen van het noodlot wel enigszins ineengedrongen voorkwam. Hij knipperde zenuwachtig met de ogen. We begrepen maar al te best zijn innerlijke toestand. Eerst triomfator, dan als een zondebok doorgezonden, deels in de vergetelheid geraakt en dan totaal onverwacht dit interview met een snaak van 35, die het allemaal als jonge tiener had meegemaakt.
Inderdaad vanaf 1942 luisterden we dagelijks naar het toenmalige Jazzorkest van het NIR o.l.v. Stan Brenders. Hij musiceerde de ene dag voor het NIR en de andere dag voor het Franstalige INR, telkens van 12 u 30 tot 13 u 30. Vandaar dat we elke dag tijdens de middagpauze van de school - ik woonde maar honderd meter van deze instelling - juist de tijd hadden deze voor ons nieuwe muziek gretig te degusteren. We waren immers op de radio - er was geen televisie - de Duitse operettes, schlagers en filmmuziek gewoon. Toen hij onmiddellijk na de bevrijding verbannen werd, beseften we maar eens zijn muziek en zijn persoonlijkheid. Vandaar dat we hem in ... 1966 zochten en vonden als uitbater van de Archiduc in Brussel, waar hij dagelijks in de Antoon Dansaertstraat de vleugel bespeelde. Het instrument dient nog altijd.
We laten Stan zelf aan het woord.
Ik werd in 1904 te Brussel uit muzikale ouders geboren. Ik behaalde een eerste prijs voor harmonie, contrapunt en fuga aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, waar ik voor piano de vermaarde Arthur De Greef als docent had. Aangetrokken door de lineaire en polyfone frisheid van de New Orleansjazz sloot ik mij in 1927 aan bij Chas Remue And His New Orleans Stompers. Met deze uitsluitend Belgische formatie werden we in 1927 in Londen uitgenodigd om voor Edison Bell veertien nummers op te nemen. We dweepten in die tijd al met Louis Armstrong, Duke Ellington, Earl Hines en Red Nichols. De reden van deze Britse uitnodiging was eenvoudig. In Groot-Brittannië speelden de meeste ensembles nog op een commerciële stroopachtige Paul Whiteman-manier. Wij brachten met onze New Orleansstijl een nieuw, fris en aards geluid. Te meer daar onze muziek origineel, technisch en artistiek honderd percent verantwoord was. Charles Remue behaalde immers een eerste prijs voor klarinet en altosax aan het Brussels conservatorium, waar ik, zoals gezegd, ook studeerde . Het is het bewijs van de creatieve grootsheid van vermelde Amerikaanse musici dat wij als sterk geschoolde klassieke muzikanten in aanbidding vielen voor deze zwarten (Nichols was blank), die dan zelf nog gedeeltelijk autodidact waren.
Omstreeks 1930-31 startte ik dan met een eigen groep in de Savoy in Brussel. Twee jaar later tekende ik als pianist van het Omroeporkest van het NIR. In 1936 vormde ik dan het Jazzorkest van de NIR, dat bestond uit vier saxen, drie trompetten, twee trombones, een vierkoppige ritmiek en drie violen. Op twee maanden tijd studeerden we niet minder dan tachtig stukken in. Nadien werd er elke dag minstens een thema bij gerepeteerd, zodat we uiteindelijk een repertoire bezaten van 1500 nummers. We waren dus definitief aangeworven door de radio en vertolkten, in een typische swingstijl à la Count Basie en Jimmie Lunceford, meestal jazzcomposities en Amerikaanse filmmuziek. Fred Astaire was toen de belangrijkste filmvedette. We hadden veel succes voor de Nederlandstalige omroep met het Vlaamse kabaret, dat om de veertien dagen op zaterdagavond de ether inging. Uw dienaar herinnert het zich nog levendig.
Deze grote bijval hadden we grotendeels te danken aan de onvergetelijke komiek Renaat Ketje Grassin. Voor de Franstalige zender kwamen we essentieel aan bod in LAgence pipitte. De jazzklassiekers die we vertolkten, kregen omwille van de Duitse bezetters - swingen verboten - misleidende Franse titels zoals Hoagy Carmichaels Stardust Poussière détoile, Japanese Sandman Première et seconde idée dEddie en Cole Porters Begin The Beguine Devine beguine. Als ensemble heetten we toen Stan Brenders et le Grand Orchestre de Jazz Symphonique de Belgique. Brenders vertolkte dus symfonische jazz avant la lettre.
Op onze vraag welke de vruchtbaarste periode uit zijn loopbaan was, repliceerde hij: Ongetwijfeld het tijdvak 1940-1943 met Avalanche, Melodie in Schwarz, Deine Liebe ist ein Märchen en Silky. In dit verband vermelden we 50 Years Of Belgian Jazz in 1988 door Tauro uitgebracht en destijds verdeeld door BMG-Ariola.
Het absolute hoogtepunt was in 1942 mijn acht opnamen met de Belgisch-Franse zigeunergitarist Django Reinhardt, met titels als Eclats de cuivre, Tons dEbène en Djangology in een bewerking van mezelf. Deze reeks werd gereleased door Verve (513 947): Django Reinhardt in Brussels. Hij was ondanks zijn handicap aan de linkerhand - na een brandwonde gebruikte hij slechts twee vingers - een vriendelijk iemand, die geen belangstelling koesterde voor geld, maar die, zoals de meeste zigeuners, een boontje had voor onvervalst goud. Ik had toen uitstekende orkestleden zoals drummer Jos Aerts, pianist John Ouwerckx, tenorist Jacky Demany, klarinettist Henry Frékin en trompettist Georges Clays. Tevens realiseerde ik in 1942 historische sessies met de Franse klarinettist Hubert Rostaing.
Onze concerten sloegen zo in bij de eigenaar van het privé-bedrijf Radio Monde, dat hij besloot een reeks platen met ons symfonisch jazzensemble uit te brengen. Ik deed dan ook een beroep op de beste strijkers van het radiosymfonisch orkest, wat natuurlijk speciale repetities vergde. Zodat de aanvankelijk geïnvesteerde 100.000 fr - in die tijd een kapitaal - vlug opgesoupeerd waren. Toch werden er enkele schijven op de markt gelanceerd. Jammer genoeg zijn ze onvindbaar geworden. Mijn exemplaren heb ik uitgeleend en, zoals het vaak met boeken gebeurt, kwamen ze nooit terug.
Om nog even terug te komen op 1942. Ik componeerde toen o.m. So Many People (later op plaat vastgelegd door Alice Babs) en I Envy, dat opgenomen werd door niemand minder dan Nat King Cole. Het bracht me de onwaarschijnlijke som op van 4.820 fr. aan auteursrechten. Wanneer je er rekening meehoudt dat deze titel op zomaar 950.000 exemplaren op de markt werd gegooid, brengt dit voor de auteur normaliter 600.000 fr. op. Dit alles stemt tot nadenken over de rechtvaardigheid in deze wereld.
En wat gebeurde er na de bevrijding?
Toen begon de meest tragische periode uit mijn leven. Ik werd prompt als een misdadiger aan de deur van het NIR gezet, als collaborateur uitgescholden, mijn ensemble ontbonden en mijn platen verwoest. Inderdaad de VRT bezit momenteel nog twee 78-toeren platen van Stan Brenders.
Een reeks processen bracht geen oplossing. Ik heb dan rusteloos als pianist links en rechts gewerkt. In 1948-49 stelde ik voor enkele feestavonden weer een big band samen, maar tevergeefs. Ik heb dan een tijdje met een kleine groep voor de dans gespeeld in La Marée. In 1949 tot 1953 heb ik dan de Georges Wine uitgebaat. Sinds 1953 exploiteer ik hier de Archiduc. Ik speel nog dagelijks voor de klanten. We beleven bij wijlen nog onvergetelijke avonden. Op een keer waren hier zelfs zes pianisten tegelijk aanwezig. Van stemming gesproken.
Wat ik over de huidige muziek denk. Welnu, er zijn buiten de States nog degelijke orkesten in Engeland en Duitsland. Het ensemble van Henri Segers vind ik formidabel. Ook het amusementsorkest van de BRT o.l.v. Francis Bay staat op punt. De tienermuziek lijkt me te lawaaierig en te weinig muzikaal. Onder de Amerikaanse orkestleiders-arrangeurs gaat zonder meer mijn voorkeur naar Stan Kenton.
Na het interview duikt Stan andere herinneringen op: een ordeloos pak platen en flarden muzikale scores uit vervlogen tijden. Hij draait fier voor ons I Envy door Nat King Cole, So Many People door Alice Babs en Tourment door het Metropool Orkest o.l.v. Dolf Van der Linden. Ingetogen beluistert hij mee zijn creaties die met melancholie geladen zijn. Stan verloor intussentijd zijn vrouw. De mysterieuze gloed in zijn ogen verraadt het nog altijd aanwezige dynamisme ondanks zijn 62 jaar. Deze man moet nog bekwaam zijn een big band in mekaar te boksen. Als me de nodige fondsen ter beschikking gesteld worden, wil ik er weer invliegen, vertrouwde hij ons toe.
Op 20 mei 1966 haalden we Stan Brenders voor een interview in onze uitzending Jazz-Agenda terug naar het Omroepcentrum op het Flageyplein. De tranen vloeiden uit zijn ogen, toen hij, samen met mij, de trappen opstapte. In het hele gebouw kende hij alleen nog klankman François Bernard. Alle anderen waren voor hem onbekenden. Na de uitzending liepen we even binnen bij Elias Gistelinck. Resultaat: Brenders kreeg voor het radioseizoen 1966-67 een eigen programma Brenders keuze. Maar na een jaar moest hij er te vermoeid de brui aan geven. Hij keerde definitief terug naar de Archiduc. Zijn enige zoon, pas doctor in de rechten aan de ULB, overleed. Op 1 juni 1969 gaf ook Stan Brenders de geest in het ziekenhuis van Elsene. Hij was pas 65. Enkele maanden voordien was hij met blindheid geslagen.
Onder ruime belangstelling werd de kerkdienst nabij het Omroepgebouw in de St.-Kruiskerk te Elsene gehouden. Voor de ontroerende muzikale omlijsting zorgden de Bob Boon Singers, speelde Etienne Verschueren I Envy en blies trompettist Bob Pauwels Gilbert Bécauds Tu étais mon copain. Beide solisten werden op het orgel begeleid door componist André Laporte. Onder de aanwezigen werden naast Stans tweede vrouw o.m. Chas Remue, Jos Aerts, John Ouwerckx en Georges Clays genoteerd. Zij brachten aldus een ware hulde aan een persoonlijkheid die de laatste 25 jaar van zijn leven nooit gehuldigd werd.
Stan Brenders had maar een vrees, nl. dat zijn leven zou eindigen als een onvoltooide symfonie. Zoals in een Griekse tragedie werd zijn vrees nuchtere waarheid. Toch blijft hij in onze gedachten voort leven als een in-goed, zachtaardig en gevoelig mens en vooral als een van de grootste orkestleiders uit de geschiedenis van de Belgische en zelfs Europese jazz. Welk label brengt eens een cd van hem uit?