| Het Bimhuis, een avontuurlijk, internationaal podium (Herman te Loo) |
Toen een aantal muzikanten van de Amsterdamse improvisatiescène in 1974 het Bimhuis oprichtten, hadden ze niet kunnen bevroeden dat het podium anno 2002 nog altijd een van de toonaangevende clubs van Europa zou zijn. Al vrijwel vanaf het begin is Huub van Riel verantwoordelijk voor de artistieke lijn van de programmering. En als het Bimhuis over ruim twee
jaar neerstrijkt in een nieuw pand aan de IJ-oever, zal zijn avontuurlijke koers er zeker niet minder op worden.
'Ik deed midden jaren 70 al de programmering voor De Kroeg (inmiddels verdwenen jazzpodium in Amsterdam, HtL) en dat zal de reden geweest zijn dat in 1976 de musici die twee jaar eerder het Bimhuis hadden opgericht, me vroegen me ook met het Bimhuis te bemoeien'. Zo begint het verhaal van Huub van Riel en het Bimhuis, dat ruim 25 jaar later nog altijd een succes-story is. Het podium heeft door z´n avontuurlijke koers een stevige, internationale reputatie opgebouwd. Daarbij is vooral de wisselwerking tussen club en muzikanten van levensbelang. De Amsterdamse jazz- en improvisatiescène kent een wonderbaarlijke mix van Nederlandse en buitenlandse musici, die tezamen een uniek soort muziek produceren. Men spreekt dan ook wel van muzikanten als Amsterdam based . 'Een paar jaar geleden hebben we in Bologna het Angelica Festival gevuld met een Amsterdamse inbreng, een soort Bimhuis in Bologna . Met geïmproviseerde maar ook gecomponeerde muziek van mensen als Misha Mengelberg en Guus Janssen. Toen ik de Italiaanse organisatie assisteerde met het papierwerk, kwam ik tot de ontdekking dat van een typisch Amsterdamse groep als Tristan Honsingers This, That & the Other er niet één muzikant was met een Nederlands paspoort. Dat zegt wel iets over hoe internationaal de Amsterdamse scène is. Wat je overigens nu steeds vaker ziet, zijn groepen van internationale samenstelling, die niet aan een stad of land gebonden zijn. Klassiek voorbeeld is natuurlijk de Amerikaanse solist met lokale ritmesectie, zoals in Nederland het trio van Rein de Graaf nog vaak met Amerikanen toert. En was het in kringen van improvisatoren als Bennink, Mengelberg en Reijseger allang gemeengoed om met musici van overal samen te werken, nu geldt dat ook voor de meer straight ahead jazz. Iemand als trompettist Eric Vloeimans heeft een kwartet met een Franse gitarist, een Zweedse bassist en een Finse drummer. Inmiddels de normaalste zaak van de wereld.'
Van Riel heeft zelf ook bijgedragen tot dergelijke ontwikkelingen. In 1987 bedacht hij een plan dat onder de titel October Meeting plaatsvond. Zijn idee was om belangrijke figuren uit de internationale improvisatiescène te vragen om met plannen te komen die in het Bimhuis (en op sommige andere podia in Nederland) uitgewerkt konden worden met de andere, individueel uitgenodigde musici. Er was veel ruimte gelaten voor spontane invallen, resultaten van de 'meeting'. Vier jaar later werd het project herhaald en later is er in verschillende formaten op voortgeborduurd. Op een viertal cds (op het eigen Bimhuis-label) zijn een aantal hoogtepunten bijeengebracht van projecten van onder meer John Zorn, Gerry Hemingway, Mark Dresser, Guus Janssen en Paul Bley. 'Jost Gebers van FMP in Berlijn was hier bij de eerste October Meeting. Hij zag Cecil Taylor aan het werk met (voor het eerst) Europese improvisatoren. Die ervaring zal een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van zijn Berlijnse Taylor-project in '88 [dat later als box met 11 cds verscheen, HtL]. Later zag je overal in Europa navolging van het October Meeting-idee, dat overigens zelf medegeïnspireerd was op Derek Baileys Company Weeks. We hebben het na 1991 zelf alleen wat kleinschaliger gedaan, onder meer met het October Orchestra-project in 1994. Organisatorisch en financieel kan zo´n evenement nogal een nachtmerrie zijn. Maar ik loop nu toch wel weer met plannen rond voor een nieuwe October Meeting.´ Wat heeft Huub van Riel nog meer voor plannen of wensen, in het oude of het nieuwe gebouw? 'Sonny Rollins met Han Bennink en een begripvolle bassist,´ mijmert hij even. Nee, dat zit er helaas niet in, althans niet in het Bimhuis zelf. Net zo min als destijds een optreden van Thelonious Monk, die hier misschien een soloconcert zou komen doen, maar er werd wel heel veel geld gevraagd voor één muzikant. ´Tja, dat waren de democratische jaren 70...Toen er overeenstemming was, bleek de tour er niet meer van te komen. En zo zijn er nog wel meer leuke dingen niet doorgegaan. Eddie Lockjaw Davis was voor drie dagen geboekt, maar overleed voor die tijd. Sun Ra, die overigens een aantal keren in het Bimhuis optrad, was het gebouw voor een hele week beloofd, om naar eigen inzicht aan de gang te gaan. Ook dat kwam er niet meer van.´ Realistischer zijn Van Riels plannen met het onder de aandacht brengen van onterecht onbekend gebleven muzikanten. 'We hebben een viertal concerten gedaan met pianist Simon Nabatov, een soort portret van wat hij allemaal kan. Je ziet dan bij ieder volgend concert in de reeks altijd meer mensen in de zaal zitten. Met zangeres Cristina Zavalloni hebben we iets dergelijks meegemaakt. En ook Amerikaanse musici als Bill Frisell, Geri Allen en Dave Douglas speelden hier vroeg in hun carrière voor soms nog maar een handjevol mensen. Ik vind dat een belangrijke rol voor het Bimhuis als podium: het onder de aandacht brengen van belangrijke nieuwe of ondergewaardeerde musici'.
Hoe doet de Bimhuis-programmeur zijn informatie hiervoor op? Iedere week brengt de post een indrukwekkende stapel cd´s, maar daaruit is het vaak moeilijk selecteren. 'Er komt zoveel binnen dat het fysiek bijna onmogelijk is alles bij te houden. Voor beide partijen best frustrerend. Wat voor mij in de praktijk belangrijker blijkt, is collegiaal overleg, binnen Nederland en internationaal. Zo is Europe Jazz Network [een internationaal samenwerkingsverband van podia als Banlieues Bleues in Parijs, Stadtgarten in Keulen, Clusone Jazz in Italië en Vooruit in Gent, HtL] al sinds 1987 een belangrijke bron van informatie voor de deelnemende organisaties. We organiseren soms ook samen tournees, om niet altijd afhankelijk te hoeven zijn van de voorselectie van agencies'. EJN heeft nu ook subsidie gekregen van de EU voor een project met workshops, concerten en meetings onder de titel Europe Jazz Odyssey. Daarbij gaat het om het zoeken naar nieuwe manieren van muziek maken in de nieuwe eeuw.
In die nieuwe eeuw zal het Bimhuis ook een nieuw pand krijgen aan het IJ in de oude haven. De eerste paal is geslagen, maar het zal toch nog tot de herfst 2004 duren voor er muziek klinkt. Het Bimhuis verhuist samen met het centrum voor nieuwe, gecomponeerde muziek, De IJsbreker, die zich op de nieuwe locatie het Muziekgebouw gaat noemen en een breder muzikaal gebied gaat bestrijken dan in het verleden. De tekeningen laten twee gebouwen zien binnen een hoofdstructuur, met een glazen publieke hal. Bimhuis en Muziekgebouw functioneren daarbinnen volstrekt onafhankelijk, ieder met eigen zaal, planning, faciliteiten en budget. Maar gezien de banden tussen gecomponeerde en geïmproviseerde muziek in de Amsterdamse scène ligt een samenwerking op programmeringsgebied, met name in thematische reeksen en festivals voor de hand. 'Het Bimhuis krijgt een opgetilde zaal, uitstekend uit het hoofdgebouw en met zicht over het spoor op de oude stad, het IJ met langsvarende schepen en het station, waaruit je de verlichte treinen ziet vertrekken, al met al misschien wel het prachtigste uitzicht van Amsterdam. En achter ons gebouw meren enorme cruiseschepen aan bij onze buren, de passagiersterminal. Het is een toplocatie: de kop van de oude Oostelijke Handelskade (straks Piet Heinkade), op nog geen tien minuten lopen van het station en tweeënhalve minuut rijden met de nieuwe IJ-tram. Via de Piet Hein Tunnel is er ook een rechtstreekse verbinding met de ringweg A10. Binnen blijft het Bimhuis zichzelf. Met opzet nauwelijks groter dan nu en in sfeer opnieuw een mix van informeel/comfortabel en concertant. Net als nu krijgt de bar een rechtstreekse toegang tot de zaal, maar die kan ook afgesloten worden, als de muziek daarom vraagt'. Ander nieuws is dat het Bimhuis-label nieuw leven wordt ingeblazen, o.a. met cd-opnamen van de roemruchte sessies in het Amsterdamse Café De Engelbewaarder.'Veel Bimhuis-regulars als Sean Bergin, Eric Boeren, Wolter Wierbos en Han Bennink zijn hier elke zondag te vinden, en zo vormt het café een soort verlengstuk van het podium. Dat soort plekken zijn noodzakelijk voor de ontwikkeling van de muziek. Je hebt verder ook nog heel belangrijke, kleine podia in de stad, zoals Zaal 100 en De Badcuyp. Die vormen de laboratoria voor de muziek die bij ons terechtkomt'
Uitgaven op het eigen Bimhuis-label:
October Meeting 87 1
October Meeting 87 2
October Meeting 1991: 3 Quartets
October Meeting 1991: Anatomy of a Meeting
Eric Boeren Cross Breeding
Aanbevolen literatuur:
Kevin Whitehead, Herman te Loo & John Corbett (ed) Bimhuis 25: Stories of
twenty-five years at the Bimhuis (1999)
website: www.bimhuis.nl