Fabrizio Cassol: “Aka Moon is een terre d’accueil” Sylvia Broeckaert


Brussel, 19 maart 1998


Voor een gesprek met Fabricio Cassol (saxofonist/componist, brein achter Aka Moon), mag je wel wat tijd maken: de man loopt over van ideeën en heeft - ondanks zijn jeugdige leeftijd - een serieus muzikaal geweten ... Na anderhalf uur betoog van zijnentwege werd het mij duidelijk wat de drijfveer is van Aka Moon, en geloof me, het heeft niets, maar dan ook niets te maken met de huidige tendens die er bestaat om jazz en wereldmuziek samen te smelten tot een commercieel aantrekkelijk allegaartje.

Het begin van Aka Moon (1991) is tegelijkertijd een voortzetting van vele ervaringen uit het verleden. Het was verbonden aan een specifieke plaats, namelijk de Kaai, het vroegere muzikantencafé in Brussel waar druk geëxperimenteerd werd ondermeer door de groep Nasa Na waarvan de leden van Aka Moon al deel uitmaakten. En ieder van hen bracht ook zijn eigen muzikale geschiedenis mee: Cassol onderging de sterke invloed van de Luikse hedendaagse muziekscène en de niet te onderschatten inbreng van een figuur als Henri Pousseur. Michel Hatzigeorgiou heeft een sterke verbondenheid met de Griekse volksmuziek en hij maakte als bassist carrière bij Toots Thielemans. Drummer Stéphane Galland met zijn negenentwintig lentes is een vaste waarde in Belgische jazzmiddens en passeerde o.a. bij Steve Coleman.

Ieder van ons voelde de behoefte aan een nieuw terrein waar we konden experimenteren om inzicht te krijgen in wat we vroeger hadden beleefd en wat we in de toekomst wilden doen. We wilden als het ware terugkeren naar een oorspronkelijke toestand, naar de kindertijd, het begin van de mensheid zelfs ... Het antwoord vonden we in Afrika bij de Aka Pygmeeën. Wij zijn daarnaar toe gegaan omwille van ons persoonlijk leven, niet om de muziek te bestuderen zoals etnologen dat zouden doen. Het was een extreme noodzaak voor ons, een kwestie van leven en dood. Die ervaring heeft de geest van de groep definitief bepaald. De pygmeeën hadden ons hun zegen gegeven en dat was het begin van Aka Moon.

Die reis vond plaats in 1991, de leden van Aka Moon leefden een tijd samen met de Pygmeeën en ondervonden er hoe de muziek integraal deel uitmaakt van het dagelijks leven. In de muziek en de dans van de Pygmeeën weerspiegelt zich het totaal afwezig zijn van enige hiërarchie: ieder van hen kan op een bepaald moment de leiding in handen nemen, ook een grijsaard, vrouw of kind. De (vokale) improvisaties gebeuren op basis van enkele klinkers of ritmische cellen die voortdurend verschuiven volgens wetmatigheden die iedereen kent.
Wie de muziek van Aka Moon gehoord heeft, zal in deze beschrijving zeker een aantal basisprincipes herkennen die de werkwijze bepalen van de groep.

Aka Moon is een échte groep. Ieder van ons neemt zijn verantwoordelijkheid, ik moet daar niet over waken en dat is belangrijk want Aka Moon speelt vaak samen met andere musici. Wij werken met een soort ‘aleatorische improvisatie’, we improviseren als het ware de vorm door gegeven elementen voortdurend anders te combineren. De compositie is er alleen om tijd te winnen in het proces van samen muziek maken. En die situatie kan zich voordoen in combinatie met veel verschillende musici. In de compositie moet informatie zitten die oraal kan meegedeeld worden en andere schriftelijk. Aka Moon is een ‘terre d’accueil’, een ontmoetingsplaats: musici die uit een orale traditie komen vinden er aanknopingspunten met hun eigen muziektaal.

Voor hun samenwerking met Afrikaanse musici zoals Doudou N’Diaye Rose en Indische musici zoals Umayalpuram Shivaraman, spitste Aka Moon zich er vooral op toe de ritmische essenties te vatten van buiten-Europese tradities om een soort thuisland te kunnen creëren voor gastmusici.
Zowel de Afrikaanse als de Indische musici bezitten een kennis waarin de orale traditie een grote rol speelt. Zij ervaren vandaag dat westerse musici vaak meer zorg dragen voor hun muziek dan jonge mensen in hun eigen gemeenschap en ze zien daarin een kans om hun kennis door te geven en terug te laten keren, ook in andere vormen. Vandaar de gedrevenheid van een Shivaraman in dit soort samenwerking. Hij ziet het als een missie.

Shivaraman kent zowel de muziek uit het noorden als die uit het zuiden van Indië. Hij is nu zestig en was al professioneel actief toen hij tien jaar oud was. Die man is een levende bibliotheek. Hij legt ons allerlei zaken uit en vertelt ons over de grote meesters, hoe die in staat zijn dag en nacht te spelen, non stop.

Normaal gezien zou Aka Moon op tournee vertrekken naar Indië samen met Shivaraman, maar door de nogal verhitte verkiezingen die er nu aan de gang zijn, is de trip uitgesteld tot in augustus. Fabrizio Cassol vertrekt eind maart alleen naar het zuiden van Indië en hij vindt het een goeie zaak omdat hij er dan bepaalde zaken verder kan uitdiepen.

De muziek uit het zuiden van Indië staat het dichtst bij wat de jazz nodig heeft om verder te evolueren. Ik heb het over de buitengewoon boeiende ritmische structuren. En net op dat vlak zijn er dingen aan het verdwijnen, het is een kunst die veel Indische musici niet langer interesseert omdat ze te complex is. Mij interesseert dat buitenmate, daar ga ik naar op zoek.

Fabrizio legde verder uit op welke manier de ritmische complexiteit verschilt tussen de Afrikaanse en de Indische traditie:

In de Afrikaanse muziek is het de polyritmiek die ons boeit. In de Indische muziek zijn het de complexe ritmische structuren die elkaar lineair opvolgen. De kracht van de Indische muziek vind je niet in de Afrikaanse en vice versa. Toch hebben ze allebei een soort basisritmen die vergelijkbaar zijn met de “groove” ... en dat is een gegeven dat in de westerse ernstige (!) muziek totaal genegeerd wordt. De “groove” is een repititieve cel, het is als een magische formule, op een bepaald moment komt er energie vrij. De subtiele variaties schuilen in de plaatsing of verplaatsing ervan. Olivier Messiaen heeft het ooit gezegd: “Le groove , ce n’est pas du rhythme”. Maar om de “groove” te beheersen heb je jaren nodig, jaaaaaaaren!

Het mag nu wel duidelijk wezen dat de werkwijze van Aka Moon ver staat van sommige vormen van wereldmuziek waarin verschillende dingen samen gevoegd worden tot een soort collage. Bij Aka Moon staat de ontmoeting centraal, een samenwerking op termijn, het zoeken naar raakpunten ook.

Belangrijk is het zoeken naar wat organisch is in elke muziekcultuur, de gemeenschappelijke kiem vinden en nieuwe bomen planten aan de hand daarvan, dat is de taak van Aka Moon.

De achterliggende filosofische gedachte hierbij gaat nog veel verder maar ik vind dat Fabrizio die achter de hand mag houden voor zijn mémoires als hij ooit de tijd vindt om die te schrijven.
Het is in ieder geval een uniek gegeven in de muziekgeschiedenis dat de musici uit verschillende culturen er toe komen om echt samen te werken zonder dat één van beide partijen zijn idioom opdringt of concessies moet doen, en het is precies de wereld van de jazz waarin die versmelting mogelijk wordt ... stof tot nadenken.

Dezelfde avond werd via de radio bekend gemaakt dat Fabrizio Cassol als beste Franstalige musicus van 1998 een “Django d’or” krijgt, trofee van de Belgische jazzpers.



recente discografie van Aka Moon (Carbon 7):

Ganesh (met o.m. Shivaraman)
Elohim (met o.m. David Linx, Pierre Van Dormael en Kris Defoort)
Live at Vooruit (met Doudou N’Diaye Rose en Senegalese drummers)






homepage