De onbevangen blik van Michiel Braam (Herman te Loo)

'Wat goed is, komt snel.' De gevleugelde uitspraak van Johan Cruyff is zeker ook van toepassing op Michiel Braam. Hij kreeg de Podiumprijs voor jong jazztalent op z'n 24ste. En nu, op z'n 33ste, is hem de belangrijkste jazzprijs van Nederland ten deel gevallen: de VPRO/Boy Edgar Prijs. Eind vorig jaar kreeg de pianist/componist/bandleider de onderscheiding voor zijn oeuvre, van solopiano tot big band. Reden te over om eens te kijken wat er zo Braams aan Braam is.

Michiel Braam (Nijmegen, 1964) is een muzikale veelvraat, maar wel een met smaak. Als tiener luisterde hij naar hardrock en heavy metal, maar raakte uiteindelijk toch verslingerd aan jazz en aanverwante muziek. Dat hij daarbij binnen heel korte tijd de gehele jazzgeschiedenis opgeslokt moet hebben, is te horen op zijn plaatdebuut: Oeps! (1989). Deze cd met solopianomuziek getuigt bovendien van veel durf, fantasie en humor. Braam laat in een zestal stukken horen dat hij over een fabuleuze techniek beschikt en zijn (jazzpiano-) klassieken kent. Hij legt daarbij een uitgesproken voorkeur aan de dag voor de buitenbeentjes: Thelonious Monk, Lennie Tristano, Cecil Taylor. Hij vermengt de aperte jazzinvloeden (waaronder een sterke linkerhand) met stijlkenmerken uit de Europese (vrije) improvisatiemuziek en de eigentijdse gecomponeerde muziek. Door een aanstekelijk gevoel voor humor wordt het mengsel echter nergens bestudeerd of droog, en door de vele onverwachte wendingen verveelt de muziek ook bij herhaald beluisteren bepaald niet.
Braams benadering van muziek getuigt van verwondering en onbevangenheid. In de positieve zin van het woord is zijn muziek 'kinderlijk'. Als een groot kind kijkt Braam naar de (muziek-) wereld en beziet allerlei aloude begrippen met een volkomen frisse blik. In een recent interview in De Volkskrant zei hij dat hij muziek beschouwt als 'een manier om te proberen weer onschuldig te zijn.' In datzelfde interview beschrijft hij een volkomen on-ironische versie van “The Girl from Ipanema” die hij ooit met de Franse rietblazer Louis Sclavis op een feest in Groningen speelde: 'Wij waren de barden van de avond.'
Zijn (altijd muzikale) humor komt namelijk voort uit oprechte vrolijkheid en niet uit satire (zoals bij Willem Breuker) of ironie (zoals bij Misha Mengelberg). Braam heeft een voorliefde voor muziek met een helder en beeldend karakter. Zelfs in zijn meest abstracte stukken valt altijd nog wel een duidelijke structuur te ontdekken of iets cartoonachtigs te bespeuren. Dat hij voor zijn Septet Braam liedjes uit Disney's The Jungle Book bewerkte, is in dit verband dan ook niet zo vreemd.
Met het in 1986 geformeerde Bentje Braam maakt hij in 1990 een titelloze debuut-cd. Hierop staat een tweetal suites, met de titels “Wat heb je zelf in de hand?” en “Eet smakelijk!”. Het zijn fraaie voorbeelden van Braams kwaliteiten als componist en arrangeur. De bezetting (trombone/tenortuba, piano, bas en drums) lijkt tamelijk conventioneel jazzmatig, maar de uitwerking van de muziek is dat allerminst. Met een loepzuiver strijkende bassist (Ton van Erp), een melodieuze slagwerker (Fred van Duynhoven) en een koperblazer met veel gevoel voor begeleiding (Peter Haex) kan een componist vele kanten op. Vaak klinkt het kwartet daarom ook eerder als een kamermuziekensemble dan als een jazzkwartet. Zo ligt aan de Passacaglia en Finale van “Wat heb je zelf in de hand?” bijvoorbeeld een twaalftoonsreeks ten grondslag. Die wordt echter nooit streng serieel uitgewerkt en de muziek blijft speels en open.
Met het duo Two Penguins in the Desert duikt Braam samen met saxofonist Frank Nielander de jazztraditie in. Op Jazzs (1994) wordt een dertiental (grotendeels) platgespeelde standards (van “The Man I Love” en “Tea for Two” tot Duke Ellingtons “The Mooch” en Django Reinhardts “Nuages”) door het tweetal nieuw leven ingeblazen. Braams arrangeertalent toont zich hier bijvoorbeeld in de gospelbewerking van “Willow Weep for Me”, door Nielander flink schmierend, maar tegelijk ook heel warmbloedig en bluesy aangezet. De vertolkingen kenmerken zich allemaal door een dergelijk mengsel van aanstekelijke humor en oprechte liefde voor de nummers.
Braam is verzot op de 32-matige liedjesvorm, en de tweede cd van Two Penguins in the Desert (die dit voorjaar verschijnt) zal geheel gevuld zijn met muziek van Hoagy Carmichael. Deze liefde voor liedjes kan hij ook etaleren in zijn pianobijdragen aan Bo's Art Trio van saxofonist Bo van de Graaf. Van deze groep verscheen onlangs een cd met improvisaties op nummers uit de legendarische Nederlandse tv-kinderserie “Ja Zuster, Nee Zuster” (met teksten van Annie M.-G. Schmidt en muziek van Harry Bannink).
Verreweg de grootste prestaties van Michiel Braam als componist en arrangeur zijn te vinden in zijn werk voor de dertienkoppige Bik Bent Braam. Het orkest vindt zijn oorsprong al in 1986, toen hij als 22-jarige conservatoriumstudent een compositieopdracht kreeg van het prestigieuze festival Music Meeting in Nijmegen. Hij recruteerde een big band uit lokale musici en schreef daarvoor de suite “De Parkeermeterfabriek”. In 1991 brengt hij een tweede editie van het orkest op de been, nu met de crème de la crème van de Nederlandse jazz en geïmproviseerde muziek. Een jaar later verschijnt daarvan een eerste cd, Howdy!. De eerste naam die te binnenschiet bij het beluisteren van deze plaat, is Duke Ellington. De grote meester is een belangrijke invloed geweest op Braams schrijfstijl (vooral in het uitbuiten van de klankkleuren van het orkest), maar veel meer nog op diens manier van denken. De Nederlander heeft net als Ellington zijn band heel uitgekiend samengesteld en weet het beste uit iedere muzikant te halen. Zo overstijgt het geheel ruimschoots de som der delen, met opwindende resultaten als gevolg.
Het XYZ der Bik Bent Braam (1996) is een voorlopig hoogtepunt in het platenoeuvre van de orkestleider. De dubbel-cd telt 26 stukken, naar de letters van het alfabet. Soms zijn de titels sfeerbeschrijvend (Aardedonker, Luiluierluist), woordspelerig (Chachachtig), of verwijzen ze naar de muzikale inhoud (Improvisatie, Tristano). Er zijn features en duetten voor alle orkestleden, waarbij die voor trombonist Wolter Wierbos, trompettisten Eric Vloeimans en Eric Boeren en saxofonisten Frank Nielander en Frans Vermeerssen er het meest uitspringen.
In Het XYZ komen alle voorafgaande kenmerken van Braams muziek tot volle bloei. Er zijn liedjesachtige stukken, de band swingt stevig waar dat nodig is, er wordt door iedereen avontuurlijk geïmproviseerd, en de humor viert hoogtij zonder dat de diepgang van de muziek wordt aangetast. Vooral dat laatste is voor jazzcritici soms een heikel punt. Wie blijk geeft van (gevoel voor) humor, wordt door de kritiek vaak niet serieus genomen. Roland Kirk, bijvoorbeeld, is het tot ver na zijn dood niet in dank afgenomen. De blinde multi-instrumentalist is overigens een grote favoriet van Braam, zoals te horen is bij het kwintet van Frans Vermeerssen (op de tribuut-cd One for Rahsaan) waarin hij de pianokruk bezet.
Na het ontvangen van de VPRO/Boy Edgar Prijs is de laureaat bepaald niet op zijn lauweren gaan rusten. Hij trekt nu met zijn Bik Bent Braam door Nederland met het programma Verzoeknummers. Hiervoor mocht ieder orkestlid bij Braam een verzoek indienen voor een bepaald type stuk. Zo vroeg Wolter Wierbos om 'iets met een mooie melodie waarbij het orkest zacht speelt' en Frank Nielander om 'een funky stuk waarin ik weer eens alt- in plaats van sopraansax speel.' Op deze wijze kwam Braam tot dertien composities, die inmiddels tot een avondvullend geheel aan elkaar gesmeed zijn.

Discografie:

Als leider:
Oeps! (Present 1)
Bentje Braam (BV Haast 9007)
Howdy! (Timeless CD SJP 388)
Jazzs (Peng 9401)
Het XYZ der Bik Bent Braam (BV Haast 9610-11)

Met anderen:
Frans Vermeerssen Quintet, One for Rahsaan (A Records ARP73034)
Bo's Art Trio, Niet met de deuren slaan (VPRO Eigenwijs EW9738)

Michiel Braam op Internet: http://home.wxs.nl/~michielbraam
Bik Bent Braam op Internet: http://home.pi.net/~bbbraam/home.html




homepage